Image Alt

Beleid

Beleid

Hieronder vindt u meer informatie over ons beleid.

4 ogen principe

Het Vierogenprincipe houdt in dat altijd een volwassene moet kunnen meekijken of meeluisteren met een beroepskracht. Een beroepskracht mag nog steeds alleen op de groep staan. Zolang maar op elk moment een andere volwassene de mogelijkheid heeft om mee te kijken of luisteren.

 

Maatregelen en/of voorzieningen die vorm geven aan het ‘vier-ogen-principe’ op de peuterspeelzalen zijn:

  • De groep is altijd bezet met twee gediplomeerde pedagogisch medewerkers of de gediplomeerde pedagogisch medewerker wordt geassisteerd door een volwassen vrijwilliger.
  • Iedere medewerker, stagiair en volwassen vrijwilliger is in het bezit van een geldige VOG.
  • Nieuwe medewerkers mogen pas gaan werken op het moment dat hun VOG binnen is. Dit geldt ook voor stagiaires.
  • Indien nodig staat het pedagogisch handelen van de peuterspeelzalen van Stichting Peutereiland staat op de agenda van het peuterspeelzaal leidster (PLO) overleg en/ tijdens het zorgoverleg met de intern begeleider.
  • In het pedagogisch beleidsplan is terug te vinden hoe we met de meldcode werken.
  • De intern begeleider komt regelmatig op de groep voor observaties.
  • Stichting Peutereiland is nauwkeurig in het volgen van de regels omtrent leidster-kind ratio.
  • De toiletten en verschoonvoorziening is in de groepsruimte of grenst direct aan de groepsruimte of gang. Indien de toiletten en verschoonvoorziening gescheiden is door een muur van de groepsruimte of gang is er altijd een raam aanwezig of blijft de deur open.. De achtergebleven collega/vrijwilliger in de peuterspeelzaal heeft zo ook zicht op de toiletten vanuit de speelzaal of vanaf de gang.
  • Met kinderen wordt soms in een aparte ruimte gewerkt (kleine groep). In de aparte ruimte is een raam (of ramen) aanwezig. Hierdoor kunnen de medewerkers altijd toezicht op elkaar houden.
  • De ramen die benodigd zijn voor goede zichtlijnen zijn niet beplakt met poster of werkjes oid.
  • Indien de kinderen buitenspelen, is altijd visueel contact mogelijk tussen de binnenruimte en buitenruimte.
  • Bij buitenschoolse activiteiten zijn er altijd minimaal 2 volwassenen aanwezig.
  • In het vrijwilligers beleidsplan staan de minimumeisen beschreven waar vrijwilliger die werkzaam is op de peuterspeelzaal aan dient te voldoen; de gemaakte afspraken met de vrijwilliger en de taakomschrijvingen waarin wordt omgeschreven welke bijdrage aan het werk in de peuterspeelzaal van de vrijwilliger wordt verwacht (in samenhang met het pedagogisch beleidsplan).
Intern begeleider

Binnen de peuterspeelzalen van Stichting Peutereiland is een intern begeleider (ib’er) werkzaam.

 

Peutereiland volgt de ontwikkeling van uw kind zo goed mogelijk. Als een leidster zich zorgen maakt over het gedrag of de ontwikkeling van een kind, kan zij de ib’er inschakelen. Uiteraard betrekken wij u daar als ouder bij. Samen kijken we dan wat nodig is voor uw peuter. U kunt ook zelf contact opnemen met de ib’er als u de ontwikkeling van uw peuter wil bespreken. Ieder kind ontwikkelt zich immers anders: het ene kind ontwikkelt zich snel, het andere iets langzamer. Het is belangrijk om zorgen rondom de ontwikkeling van een peuter vroegtijdig te signaleren. Soms vraagt een peuter om meer en andere zorg en aandacht.

 

Wat doet een intern begeleider?

  • De intern begeleider draagt zorg voor het ontwikkelen en coördineren van de peuterzorg en het ondersteunen van de leidsters bij de zorg voor de kinderen op de peuterspeelzalen.
  • Ook biedt de intern begeleider ondersteuning bij observaties van een zorgpeuter, beschrijving van de problematiek en de begeleiding van de peuters en de ondersteuning van de ouders.
  • De intern begeleider ondersteunt de leidsters bij het schrijven van een (groeps)handelingsplan.
  • De intern begeleider richt zich op het vergroten van de ouderbetrokkenheid.
  • De intern begeleider organiseert kindbesprekingen: hierin wordt de ontwikkeling van ieder kind besproken maar ook de acties die de leidster de komende tijd met dit kind zal ondernemen.
  • De intern begeleider zoekt indien nodig contact met externe deskundigen.

 

Hoe we bovenstaande vormgeven staat beschreven in het zorgprotocol interne zorgstructuur. Deze is hier te downloaden:Zorgprotocol.

Inspectie GGD

De gemeente is verantwoordelijk voor het toezicht en het handhaven op de kwaliteit in de peuterspeelzaal. De college van B&W van de gemeente Goeree-Overflakkee heeft de directeur van GGD aangewezen als toezichthouder inspecties peuterspeelzaal. Om het toezicht uit te voeren worden inspecteurs van de GGD ingeschakeld. Die inspecteurs toetsen of de peuterspeelzaal aan de eisen voldoet. Zo niet, dan kan de gemeente maatregelen nemen. Dat kan variëren van een brief of nadere controle tot onmiddellijke sluiting van de opvang.

 

Hieronder zijn de laatste inspectieverslagen te lezen:

Olleke Bolleke te Ooltgensplaat

De B’Engeltjes te Achthuizen

De Rakkertjes te Den Bommel

Het Kabouterhuis te Oude-Tonge

Pippeloentje te Middelharnis

De Kolibrie te Sommelsdijk

De Driewieler te Middelharnis

Bambi te Nieuwe-Tonge

Peuterstad te Stad a/h Haringvliet

Pinkeltje te Herkingen

Bezige Bijen te Melissant

De Hummelhoek te Dirksland

Klein Duumpie te Stellendam

De Krukel te Goedereede

De Gornet te Ouddorp

Meldcode

Kindermishandeling is (helaas) een veel besproken onderwerp. Niet alleen door alle zaken die de laatste tijd aan het licht komen, maar ook door invoering van de ‘Wet Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling’.

 

Deze wet is ter versterking van de aanpak van kindermishandeling en maakt het gebruik van een meldcode verplicht. De invoering van de meldcode heeft tot doel professionals die met kinderen/ouders werken, te ondersteunen in de omgang met signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Deze ondersteuning levert, zo mag worden verwacht, een bijdrage aan een effectieve aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Peutereiland heeft het basismodel van de meldcode op de eigen organisatie afgestemd en vastgesteld. Deze kunt u hier downloaden: Meldcode Stichting Peutereiland .

Ouderbeleid

Het ouderbeleid is in ontwikkeling.

Pedagogisch beleid

Bij ons pedagogisch beleid gaan we uit van de 3 basisbehoeften van het kind:

 

Behoefte aan relatie; Een kind wil graag dat hij geliefd en gewaardeerd wordt door mensen om zich heen.

Behoefte aan competentie; Een kind wil zichzelf graag competent voelen en heeft hierbij geloof en plezier in eigen kunnen nodig.

Behoefte aan autonomie; Een kind krijgt een steeds grotere behoefte om zelfstandig taken uit te voeren. Een kind vindt het leuk om zelf dingen te kunnen ondernemen, zonder daarbij hulp te krijgen.

 

Elk kind heeft de drang in zich, om zichzelf te ontwikkelen. Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen manier in zijn eigen tempo. Een veilige en uitdagende omgeving heeft een stimulerende invloed op de ontwikkeling van de kinderen. Alle verschillende aspecten van de ontwikkeling, sociaal, spraak/taal, creatief, emotioneel, cognitief en motorisch, zijn van groot belang om op te groeien tot evenwichtige mensen.

 

Doordat de peuter in contact komt met leeftijdgenootjes en volwassenen kan de peuter zich sociaal-emotioneel ontwikkelen. Rekening leren houden met elkaar, samen spelen, het zijn zaken die kinderen in de peuterspeelzaalleeftijd beginnen te leren. Basisvoorwaarden voor de ontwikkeling van het kind zijn een veilige en prettige sfeer die aansluiten bij de belevingswereld van het kind. Het accent ligt op het fijn bezig zijn en niet op de prestaties. De regels die er zijn worden consequent gehanteerd.

 

Kernpunten binnen ons beleid om deze doelstelling vorm te geven zijn:

  • Respect hebben voor de eigenheid van ieder kind
  • Kinderen leren respect te hebben voor elkaar
  • Kinderen stimuleren tot zelfstandigheid
  • Oog hebben voor de mogelijkheden van ieder kind
  • Een positieve houding hebben ten opzichte van het kind
  • Veiligheid en geborgenheid bieden aan het kind zodat het zich kan ontwikkelen
  • Duidelijk zijn naar het kind toe

Hoe we bovenstaande vormgeven staat beschreven in het pedagogisch beleidsplan.

Samenwerking met andere organisaties

De peuterspeelzaal staat midden in de samenleving en is onderdeel van het lokale jeugdbeleid. Concreet komt het erop neer dat de peuterspeelzaal contacten heeft met o.a. basisscholen, centrum jeugd en gezin, consultatieburo. De overleggen met deze instanties zijn structureel, andere incidenteel.

 

Centrum Jeugd en Gezin

Er is een nauwe samenwerkingsband tussen het CJG en stichting Peutereiland.

In het kader van onze zorgstructuur heeft elke peuterspeelzaal een vaste jeugdverpleegkundige. Zij is tevens ook werkzaam op het consultatiebureau van het dorp. Minimaal 4 keer per jaar wordt door de jeugdverpleegkundige en de pm’er de ontwikkeling van de kinderen

besproken.

 

Lokaal Educatieve Agenda (LEA)

In dit overleg waarbij vertegenwoordigers van de gemeente, Centrum Jeugd en Gezin, basisonderwijs, voortgezet onderwijs, peuterspeelzalen en kinderopvang zitten, worden jeugdzaken besproken voor jeugd van 0-23 jaar. Regelmatig komen werkgroepen bij elkaar om onderwerpen die bepaalde doelgroepen aangaan te bespreken. In deze werkgroepen wordt onder andere besproken:

  • Op welke wijze we de taalontwikkeling moeten versterken
  • Hoe we de signalering, verwijzing en samenwerking tussen de verschillende organisaties het beste kunnen afstemmen.
  • Hoe we regionaal omgaan met wetswijzigingen.

Voorschools Ondersteunings Team (VOT) voor overgang naar primair onderwijs

Vanaf september 2016 is mede dankzij Stichting Peutereiland het VOT opgericht. Het voorschools Ondersteunings Team is een multidisciplinair overleg m.b.t. een hulpvraag van een zorgkind in de voorschoolse periode waar een overgang naar primair onderwijs niet vanzelfsprekend is.

Het schooladvies wordt zorgvuldig besproken in het VOT met ouders en de toekomstige school. Het doel hierbij is een goed werkende keten van signalering, diagnose en behandeling om kinderen en hun ouders waar nodig te ondersteunen in de voorschoolse periode. Hiermee wordt gezorgd voor een goede overgang en overdracht naar het basisonderwijs, zodat er onderwijs op maat kan worden gegeven.

 

Jeugd Ondersteunings Team (JOT)

Bij problemen rondom opvoeding en opgroeien verwijst Stichting Peutereiland door naar het Jeugd Ondersteuningsteam (afgekort: JOT) Het JOT is er voor alle ouders, jeugdigen en professionals op Goeree-Overflakkee die vragen hebben over opgroeien en opvoeden van jeugdigen van 0 tot 18 jaar. Het JOT bestaat uit zestien gezinscoaches (met ondersteunend personeel) met diverse achtergronden zoals kinder- en jeugdpsychiatrie, (ortho-)pedagogiek en de zorg voor kinderen met een beperking. Het JOT biedt passende hulp, van een enkel adviesgesprek tot intensieve begeleiding. Indien nodig wordt samengewerkt met anderen uit de sociale omgeving van uw kind, zoals school, peuterspeelzalen, consultatiebureau, jeugdarts, etc

 

Auris

Kinderen leren veel van andere kinderen. Ook taal. De peuterspeelzaal kan daarom een grote uitdaging zijn voor een kind. Maar als een peuter moeite heeft met communiceren, gaat de ontwikkeling minder snel. Snel ingrijpen is dan belangrijk. Auris kan een kind dan behandelen op de peuterspeelzaal. Dat wordt ambulante behandeling op de peuterspeelzaal genoemd. Zo’n behandeling kan kort maar ook langer duren. Ook kan Auris ondersteuning geven aan de leidsters.

Horizon

De peuterspeelzalen van Stichting Peutereiland houden zo veel mogelijk rekening met de behoeften van peuters. Een medewerker van Horizon komt op de peuterspeelzaal, soms thuis. Of op school én thuis. Dit heeft een ambulant begeleider. Horizon is specialist in het bieden van begeleiding voor gedragsproblemen. Deze vorm van ambulante begeleiding wordt geïndiceerd door TJG (team jeugd en gezin)

 

Voordat er contact wordt opgenomen met de bovengenoemde instanties zal er altijd eerst een gesprek plaatsvinden met de ouders over de problematiek waar tegenaan gelopen wordt. Na toestemming van de ouders, maar ook vaak met de ouder, wordt er contact opgenomen met de betreffende instantie.

Veiligheid en hygiëne

RIV en RIG (Risico Inventarisatie Veiligheid en Risico Inventarisatie Gezondheid) Veiligheid en hygiëne nemen op de peuterspeelzaal een belangrijke plaats is. Iedere peuterspeelzaal is verplicht een ‘Risico inventarisatie veiligheid en gezondheid’ bij te houden. Deze inventarisaties benoemen puntsgewijs per ruimte de gevaren en de mogelijke gevaren.

Gezondheidsinventarisatie

Bij de Gezondheidsinventarisatie wordt onder andere ingegaan op de kans dat een ziekte wordt overgedragen door bepaalde handelingen van kinderen en medewerkers. De gevolgen die besmetting met zich mee kan brengen zijn altijd vervelend en de maatregelen die genomen kunnen worden ter voorkoming van besmetting zijn daarom belangrijk. Wij kunnen echter niet uitsluiten dat een kind bijvoorbeeld geen enkele bacterie of virus via de speelzaal oploopt, maar wij kunnen wel veel onnodige overdrachten voorkomen. Door een zeer specifiek beleid te hanteren met betrekking tot hygiëne kan worden voorkomen dat veel ziektekiemen de kans krijgen voort te bestaan. Naast de controle op overdracht van ziektekiemen houdt hygiëne veel meer in. In de risico-inventarisatie gezondheid besteden wij dan ook aandacht aan de omgevingsfactoren van de ruimte. Temperatuur, kwaliteit van de lucht, lawaai, allergieën en medisch handelen worden zeer nauwkeurig omschreven en getoetst.

Inventarisatie Veiligheid

Bij de Inventarisatie Veiligheid wordt ingegaan op de kans dat een bepaald ongeval zich voor zou kunnen doen, de gevolgen die het ongeval met zich mee zou kunnen brengen en de maatregelen die genomen moeten worden ter voorkoming van het ongeval. Veiligheid is voor ons maar een constant aandachtspunt waarbij iedere dag weer stil gestaan wordt en moet worden nagegaan of de veiligheid van de kinderen voldoende gewaarborgd is. Hierbij is er soms een spanningsveld tussen veiligheid en pedagogische aspecten. Dit spanningsveld moet uitmonden in een goede mix tussen het bieden van veiligheid en het bieden van voldoende uitdaging en voldoende leermomenten. Niet alle veiligheidsrisico’s moeten en kunnen worden afgedekt, wel moeten de risico’s tot een aanvaardbaar minimum worden beperkt en de kans op ongelukken voorkomen worden.

De laatste risicoinventarisatie gezondheid en veiligheid zijn in te zien op de peuterspeelzaal. De leidster kunt u de risicoinventarisaties op aanvraag tonen.

BHV

Op al onze peuterspeelzaallocaties is een calamiteitenplan aanwezig. Ook zijn er afspraken over vluchtroutes en de vluchtplek. Het calamiteitenplan wordt regelmatig met de peuters spelenderwijs geoefend. Alle leidsters bezitten een BHV diploma met EHBO, jaarlijk gaan alle leidster op een een herhalingscursus.

Keuring speeltoestellen

Jaarlijks worden alle speeltoestellen op de speelpleinen gekeurd door een externe instantie.

Verwijsindex (VIR)

Het komt vaak voor dat meerdere beroepskrachten betrokken zijn bij hetzelfde kind of gezin. De verwijsindex helpt beroepskrachten elkaar dan snel en makkelijk te vinden, zodat zij kunnen samenwerken en kinderen beter kunnen helpen. De Verwijsindex is onderdeel van de jeugdwet van 2015. De verwijsindex is een digitaal systeem dat alleen toegankelijk is voor hulpverleners en beroepskrachten van organisaties die met kinderen en/of jongeren werken. Beroepskrachten die de verwijsindex gebruiken zullen ouders en kinderen/jongeren hierover altijd informeren. Aan de verwijsindex doen organisaties mee die werken met jeugdigen (0-23 jaar) en/of hun ouders. Er wordt een VIR melding gedaan indien Stichting Peutereiland betrokken is bij een peuter. Dit is het geval in de volgende situaties; peuters die besproken worden in VOT, zorgpeuters, als de intern begeleider betrokken is bij een peuter.

 

Als twee of meer beroepskrachten hun naam koppelen aan eenzelfde kind of jongere ontstaat een zogenaamde match. Als er een match is met een beroepskracht, moet er eerst toestemming aan ouders gevraagd worden of er informatie uitgewisseld mag worden.

 

Voor meer informatie over de Verwijsindex vindt u op multisignaal.nl.

Visie

Uw peuter is ons uitgangspunt!

De peuterspeelzaal is voor kinderen in de leeftijd van 2+ tot 4 jaar. Wij vinden het belangrijk om een veilig, kindvriendelijk klimaat te scheppen dat de sociale-, emotionele-, taal- en fysieke ontwikkeling van de kinderen bevordert. Tevens de peuters alle kansen bieden om hun talenten en vaardigheden te ontplooien. Dit willen wij in een omgeving doen waar de kinderen al vroeg de betekenis leren van delen, helpen, rekening houden met een ander, omgaan met conflicten en opkomen voor jezelf. Dit alles spelenderwijs, op een manier die passend is bij de ontwikkeling van uw peuter. Vandaar ook dat we bewust werken met de term “peuterspeelzaal”.

De peuterspeelzaal is er voor elk kind!

Onze peuterspeelzalen staan daarbij open voor alle peuters, ongeacht culturele achtergrond en kerkelijke gezindte, maar ook peuters met een lichamelijke- of verstandelijke handicap kunnen (in goed overleg) geplaatst worden.

Groepsgrootte

Het stimuleren van de sociale emotionele ontwikkeling is één van de belangrijkste facetten op de peuterspeelzaal. Deze wordt in belangrijke mate bepaald door contacten met leeftijdsgenoten. Leeftijdsgenoten of peers zijn voor een kind belangrijk oefenmateriaal voor de sociale ontwikkeling, “het proces waarbij het kind in toenemende mate zelfstandig gaat deelnemen aan de omgang, gewoonten en waarden die gebruikelijk zijn in de gemeenschap waartoe hij behoort”. Leeftijdsgenoten bieden een leerschool door de mogelijkheid tot observational learning (gedrag van elkaar afkijken) en tot oefening (gedrag op elkaar toepassen). Zo leren kinderen wat werkt en wat niet, wat verwacht wordt of niet kan. Dit voortdurend op elkaar afstemmen werkt conformerend. Echter wat voor de sociaal emotionele ontwikkeling geldt, geldt in zekere mate ook voor taalontwikkeling. Ook taal wordt in belangrijke mate geleerd van leeftijdsgenoten tijdens het spel. In het onderzoek van Vijvoy (september 2014) wordt geconcludeerd dat een minimale groepsgrootte van 6 leeftijdsgenoten nodig is voor het aangaan van sociale relaties. Ons streven is dan ook peutergroepen met minimaal 8 peuters.

Leidsters

Bij taalontwikkeling is het voorbeeldgedrag van de volwassenen in de omgeving van de peuter heel belangrijk. Interactie vaardigheden van leidsters zijn cruciaal in het verwerven, het werken aan die vaardigheden is een continue proces en staat steeds centraal in de begeleiding van de leidsters. In verband met de sociale en emotionele veiligheid van de kinderen zorgen we ervoor dat leidsters langdurig op locaties werkzaam zijn. We voeren duurzaam personeelsbeleid, zodat leidsters een goede band krijgt met peuters, ouders, het dorp en met externe partijen. Op veel peuterspeelzalen werken dan ook leidsters die lokaal gebonden zijn.

Eilandelijke eenheid met lokale verschillen

Leidsters maken het verschil! Leidsters krijgen binnen onze organisatie een bepaalde vrijheid en zelfstandigheid. Deze vrijheid en zelfstandigheid zorgen ervoor dat leidsters een grote mate van verantwoordelijkheid voelen. Deze verantwoordelijkheid geeft vaak meer werkplezier, hetgeen weer duidelijk merkbaar is op de groep! Een jarenlang laag verzuimpercentage is hiervan het bewijs. De leidsters werken natuurlijk wel binnen kaders, maar het kan zijn dat op de ene peuterspeelzaal zaken net iets anders gaan dan op de andere peuterspeelzaal, dit is een gevolg van de vrijheid en eigenheid van de leidster. Leidsters werken op locaties samen met ouderraden. De ouderraden hebben invloed op een aantal praktische zaken b.v. hoe worden de verjaardagen gevierd, wat wordt er getrakteerd, hoe wordt sinterklaas gevierd.

Maatschappelijke ontwikkelingen

We zetten landelijke en maatschappelijke ontwikkelingen steeds af tegen het belang van peuters op onze peuterspeelzalen. Sommige ontwikkelingen kunnen we in de ene kern wel doorvoeren en de andere niet, gezien de verschillende problematieken, kansen en belangen in de kernen op Goeree-Overflakkee. De peuter staat op 1, belang voor ouders en voor de gemeenschap volgen daarna. Door duurzaam personeelsbeleid zijn we in staat om rond elke peuterspeelzaal een goed netwerk te onderhouden. Contacten met scholen, CJG, logopedie, fysiotherapie, beheerders van Multifunctionele Gebouwen, Dorpsraden zijn in elke peuterspeelzaal op deze manier geborgd. Samenwerken is mensenwerk! Voor een goede samenwerking is het niet altijd noodzakelijk om onder één dak te zitten.

VVE

Volgens de wet kan er in een groep die voldoet aan de leidster-kindratio, één medewerker op acht peuters, VVE geboden worden. In de praktijk blijkt dat kinderen met een VVE-indicatie met regelmaat heel gerichte aandacht nodig hebben. In een groep met maximaal 16 peuters en twee leidsters kan één leidster zich een bepaalde periode van een dagdeel met een klein groepje kinderen van twee tot vier peuters afzonderen terwijl de andere leidster verder gaat met een gezamenlijke activiteit. Dit geeft een bepaalde mate van flexibiliteit in de aandacht die peuters met een VVE-indicatie nodig hebben. Ook voor het observeren van de VVE peuters is deze flexibiliteit nodig. Dit maakt een halve groep (1 leidster op 8 peuters) minder geschikt voor het bieden van VVE. Kinderen met een VVE-indicatie mogen 4 dagdelen (10 uur) komen. Gezien het feit dat mensen beter leren als ze de stof meerdere keren aangeboden krijgen, gaat onze voorkeur uit naar een spreiding van VVE over 3 of liever 4 dagen. Observaties met behulp van observatielijsten met vaste observatiemomenten, bespreking met IB-er, voortgangsgesprekken met ouders, warme overdracht naar de basisschool is standaard voor kinderen met een VVE-indicatie.

Opbrengst Gericht Spelen

Met opbrengstgericht spelen worden jonge kinderen doelgericht begeleid en gestimuleerd, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Daarbij hoort dat de ontwikkeling systematisch wordt gevolgd, en dat deze gegevens de basis vormen voor het aanbod. Op grond van deze observaties verzorgen de leidsters een spelaanbod op eigen niveau, dat samen met kinderen van hetzelfde niveau of individueel gevolgd wordt. Ten behoeve van de differentiatie kan bijvoorbeeld gekozen worden voor het voorlezen in een groepje, gericht spelen, extra aandacht, of het bieden van mogelijkheden om meer te leren en verder te gaan, als daar aanleiding toe is.
Niet elk kind komt met dezelfde bagage naar de peuterspeelzaal, maar elk kind heeft talenten. De leidsters kijken wat nodig is om die talenten spelenderwijs te kunnen ontwikkelen, onder andere met Opbrengstgericht spelen. Het programma Uk&PUK wordt als middel gebruikt om de doelen van Opbrengstgericht spelen te behalen. Zo wordt de peuter op een speelse manier voorbereid op het basisonderwijs.

Ouderbetrokkenheid

Ouders zijn binnen ons beleid een speerpunt. Ze worden gestimuleerd om thuis extra met hun kind bezig te zijn, in aansluiting op wat het kind op de peuterspeelzaal doet. Dit heeft een positief effect op de leerresultaten. Ouders worden geïnformeerd door nieuwsbrieven, website en door de digitale app Klasbord. We zoeken met ouders naar partnerschap in opvoeding en ontwikkeling van hun peuter. Leidsters zijn altijd toegankelijk voor ouders om vragen te beantwoorden over ontwikkeling en opvoeding. Bij een specifieke hulpvraag, kunnen wij ouders op weg helpen door ze in contact te laten brengen of door te verwijzen naar een specifieke organisatie.

VVE

Op 10 van de 15 peuterspeelzaal locaties wordt VVE aangeboden.

 

VVE staat voor: Voor- en Vroegschoolse Educatie. Het is een verzamelnaam voor de methodische en systematische ondersteuning van de ontwikkeling van jonge kinderen, in de leeftijd van 2 tot 6 jaar. Dit vindt plaats door middel van een VVE-programma.

 

Voor plaatsing van een kind is een officiële verwijzing van het consultatiebureau nodig. Het consultatiebureau geeft aan de peuterspeelzaal door welk kind voor het VVE-programma in aanmerking komt. De medewerkster heeft hierbij een signalerende functie. Zij kan, na overleg met de ouders, bij het consultatiebureau aangeven welk kind mogelijk in aanmerking komt. Het consultatiebureau kan dan, na een gesprek met de ouder, toestemming geven om deel te nemen aan het VVE-programma op de peuterspeelzaal.

 

Het eerste en het tweede dagdeel betaalt de ouder aan de peuterspeelzaal via de ouderbijdrage.

Het derde en vierde dagdeel wordt bekostigd door de gemeente en zijn dus voor de ouder gratis.

Op een locatie waar VVE wordt aangeboden zijn 2 reguliere groepen aan elkaar gekoppeld. Een VVE peuter komt dus naar 2 groepen, is totaal 4 dagdelen.

Specifieke kenmerken van de VVE-groep:

  • De medewerkers zijn geschoold in het aanbieden van VVE
  • VVE kinderen krijgen een warme overdracht naar de basisschool
  • Op de groep wordt volgens het programma van Uk & Puk gewerkt
  • Een van de medewerkers is alle 4 de dagdelen werkzaam